Over CWRnl

Methodiek

Gewasdomein

CWRnl richt zich op de economisch meest belangrijke gewassen voor land- en tuinbouw. Voor de belangrijke gewassen op wereldschaal is de ‘primaire gewassen lijst’ van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties gevolgd. Deze lijst is vervolgens aangevuld met gewassen van nationaal economisch belang, waarvoor areaal gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn gecombineerd met opbrengst gegevens van het Landbouw Economisch Instituut (LEI). De resulterende lijst is aangevuld met de ontbrekende gewassen of taxa die op de Annex 1 van de International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture (ITPGRFA) of op de Europese of Nederlandse rassenlijsten voorkomen. Door de focus op land- en tuinbouwgewassen bevat de inventarisatie geen soorten die voor andere domeinen belangrijk kunnen zijn, zoals de bosbouw, sierteelt en medicinale gewassen.

CWR inventarisatie

Op basis van de botanische genusnaam van een gewas is met behulp van de FLORON Verspreidingsatlas (data 14-10-2014) geïnventariseerd welke taxa van het betreffende genus in Nederland voorkomen. Daarbij zijn synoniemen, niet-geaccepteerde namen en combinaties van taxa, zoals vermeld op de Verspreidingsatlas, vermeden. Relevante informatie, zoals gegevens over indigeniteit, voorkomen en Rode lijst status, zijn van de Verspreidingsatlas overgenomen. In het geval van ontbrekende informatie is gebruik gemaakt van het Nederlands Soortenregister, de website Wilde Planten in Nederland en België en Heukels’ Flora van Nederland. In totaal zijn 453 CWRs geïdentificeerd, waarvan 214 zijn beschreven als oorspronkelijk inheems of ingevoerd/ingeburgerd voor 1900. Deze 214 taxa, waarvan 53 met een Rode Lijst status, zijn opgenomen in CWRnl.

Gewasverwantschap

Soorten van hetzelfde genus verschillen over het algemeen in de mate van verwantschap met het cultuurgewas, en zijn daarmee dan ook in verschillende mate kruisbaar. Voor informatie over gewasverwantschap is gebruik gemaakt van de ‘Harlan and de Wet Crop Wild Relative Inventory’ van de Global Crop Diversity Trust. Voor een groot aantal gewassen wordt door deze Inventory weergegeven welke soorten in welke mate kruisbaar zijn met het betreffende gewas. Soorten worden daarbij geclassificeerd volgens het zogenaamde ‘gene pool’ concept, waarbij de goed kruisbare soorten zijn ingedeeld in de primaire, de minder goed kruisbare in de secundaire en de moeilijk kruisbare in de tertiaire gene pool. Voor gewassen die nog niet volgens dit concept zijn beschreven, worden door de Inventory soorten geclassificeerd volgens het ‘taxon group’ concept, waarbij het groepsnummer (1-4) oploopt met lagere taxonomische verwantschap. De gewasverwantschap voor soorten waarvoor geen gene pool of taxon group informatie kon worden achterhaald is op CWRnl aangeduid met ‘zelfde genus’. Omdat kruisbaarheid niet beperkt hoeft te zijn tot soorten die tot hetzelfde genus behoren, is de Harlan and de Wet Crop Wild Relative Inventory ook gebruikt om CWRs van andere genera op te sporen, die vervolgens in de inventarisatie zijn opgenomen.

Conservering

Voor de 53 geïdentificeerde CWRs met Rode Lijst status zijn gedetailleerde verspreidingsgegevens (data 2-4-2015) over de periode 2000-2015 van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Het gaat hierbij om soort gegevens per kilometer hok, zoals abundantie en het aantal jaren van waarneming, het percentage van de km-hokken dat binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) ligt en het voorkomen in gebieden van Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer. Deze gegevens zijn gebruikt voor het ontwikkelen van beleid met betrekking tot in situ en ex situ conservering. De NDFF data zijn ook gebruikt voor het maken van Nederlandse verspreidingskaarten met de EHS als achtergrond, die bij de soort informatie van de 53 CWRs op CWRnl worden getoond.

Voorkomen in natuurgebieden

Op CWRnl wordt het voorkomen van Rode Lijst soorten in gebieden van Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer aangegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mogelijke en zekere aanwezigheid. Een kilometer hok kan namelijk slechts gedeeltelijk overlappen met een natuurgebied, waardoor bij minder nauwkeurige waarnemingen het voorkomen in het natuurgebied niet zeker is. Opgemerkt dient te worden dat de aanwezigheid van een soort betrekking heeft op de periode 2000-2015. Het kan dus om oude of zeer recente waarnemingen gaan. De aanduiding ‘zeker’ geeft dan ook geen garantie voor de huidige aanwezigheid van een soort in een gebied.

Verwachte verspreiding door klimaatverandering

Om de verwachte effecten van klimaatverandering op de toekomstige verspreiding van een soort in Europa en in Nederland in kaart te brengen, is een methode gebruikt die bekend staat onder de Engelse naam ‘niche modelling’, ook wel aangeduid met ‘species distribution modelling’. Door middel van computermodellen wordt gezocht naar verbanden tussen de aanwezigheid van een soort op een bepaalde geografische locatie en de milieu parameters van de vindplaatsen, zoals bodemtype en klimatologische omstandigheden als temperatuur en neerslag. Op basis van deze verbanden worden voorspellingen gemaakt over de geschiktheid van locaties als groeiplaats voor een soort over een groter gebied. Vervolgens worden op basis van scenario’s voor klimaatverandering, zoals verwachte veranderingen in temperatuur en neerslag, tevens voorspellingen gedaan over de toekomstige geschiktheid van locaties. Door het vergelijken van de voorspellingen over huidige en toekomstige geschiktheid kunnen verwachte veranderingen in het verspreidingsgebied van een soort in kaart worden gebracht. De verspreidingskaarten die op CWRnl worden getoond, laten de verwachte veranderingen voor het jaar 2070 zien op basis van een optimistisch en een pessimistisch scenario voor klimaatverandering. Deze scenario’s gaan uit van een verschillend verloop van de uitstoot van broeikasgassen in de komende decennia. De verspreidingskaarten die op CWRnl worden getoond zijn volledig gebaseerd op de verwachte geschiktheid van locaties wat betreft klimatologische omstandigheden, en houden dus geen rekening met de migratiemogelijkheden van soorten en andere factoren die de aanwezigheid van een soort op een locatie beïnvloeden. Daarnaast zijn de voorspellingen afhankelijk van de kwaliteit van de bemonstering, waardoor een soort in een deel van het voorspelde verspreidingsgebied (bijvoorbeeld Oost Europa) kan ontbreken bij gebrek aan goed gedocumenteerde vindplaatsen uit de betreffende regio.

Links naar achtergrond informatie

    Verantwoording

    CWRnl is een initiatief van het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) met medewerking van Floristisch Onderzoek Nederland (FLORON). CWRnl is ontwikkeld in het kader van het project Kennisbasis Plant (KB-21-004-001) dat gefinancierd wordt door het Ministerie van Economische Zaken.

    WUR-Floron-icons.gif

    Contacten

    • Dr. R. van Treuren

         Telefoon 0317 480916

         Email robbert.vantreuren@wur.nl

    • Ir. R. Hoekstra

         Telefoon 0317 480912

         Email roel.hoekstra@wur.nl   

    • Dr. Ir. TJL van Hintum

         Telefoon 0317 480913

         Email theo.vanhintum@wur.nl